Rust en vakanties

  • Ik lag neder en sliep; ik ontwaakte, want de HEERE ondersteunde mij. Psalmen 3:5
  • Ik zal in vrede te zamen nederliggen en slapen; want Gij, o HEERE! alleen zult mij doen zeker wonen. Psalmen 4:8
  • Gij zult niet vrezen voor den schrik des nachts, voor den pijl, die des daags vliegt; Psalmen 91:5
  • het is alzo, dat Hij het Zijn beminden als in den slaap geeft. Psalmen 127:2
  • Zo gij nederligt, zult gij niet schrikken; maar gij zult nederliggen en uw slaap zal zoet wezen. Spreuken 3:24
  • De slaap des arbeiders is zoet, hij hebbe weinig of veel gegeten; Ecclesiastes 5:12
  • Hij zal ingaan in den vrede; zij zullen rusten op hun slaapsteden, een iegelijk, die in zijn oprechtheid gewandeld heeft. Jesaja 57:2
  • Geloofd zij de HEERE, Die aan Zijn volk Israel rust gegeven heeft, naar alles, wat Hij gesproken heeft! Niet een enig woord is er gevallen van al Zijn goede woorden, die Hij gesproken heeft door den dienst van Mozes, Zijn knecht. 1 Koningen 8:56
  • En gij zult vertrouwen, omdat er verwachting zal zijn; en gij zult graven, gerustelijk zult gij slapen; Job 11:18
  • Hij zal ingaan in den vrede; zij zullen rusten op hun slaapsteden, een iegelijk, die in zijn oprechtheid gewandeld heeft. Jesaja 57:2
  • Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet, en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt; Dan zult gij u verlustigen in den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob; want de mond des HEEREN heeft het gesproken. Jesaja 58:13, 14
  • Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods. 1 Corinthiër 10:31
  • Er blijft dan een rust over voor het volk Gods. Want die ingegaan is in zijn rust, heeft zelf ook van zijn werken gerust, gelijk God van de Zijne. Hebreeën 4:9, 10